Blogs van advocaten
in Amsterdam

Opzegging door bank en zorgplicht bank

 

Zorgplicht en de opzegging van de relatie

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over opzegging  ging het eveneens om een opzegging. Kort gezegd, ging het om het navolgende. De klant van Rabobank had zijn pand onderverhuurd. Het ging hier om een assurantiekantoor. In discussie was of deze verhuur mede was gedeeld aan Rabobank. Zoals wellicht bekend, dient er voor de verhuur van een pand toestemming te zijn van de hypotheekhouder. In dit geschil heeft Rabobank aangegeven dat zij niettemin onder voorwaarden akkoord zou kunnen gaan met onderhuur. Er is daarbij vrij uitgebreid onderhandeld waarbij partijen uiteindelijk overeenstemming hebben bereikt, maar zij verschillen van mening over de inhoud daarvan. In januari 2014 heeft de Rabobank een schriftelijke overeenkomst gestuurd aan de klant, waarin een aflossingsverplichting van EUR 2.083,-- per maand was opgenomen. Die overeenkomst is voor akkoord ondertekend, maar de klant heeft enkele handgeschreven aanpassingen verricht. Dat geldt aldus als een nieuw aanbod van de klant en Rabobank moet daar wel akkoord mee gaan, wil er een overeenkomst tot stand komen. Rabobank heeft vervolgens een nieuwe overeenkomst opgesteld en die nogmaals ter ondertekening voorgelegd. Het ondertekenen en het tegelijkertijd toevoegen van aanpassingen betekent niet dat er een overeenkomst tot stand gekomen is, maar geldt als een nieuw aanbod van de klant (hetgeen Rabobank niet heeft geaccepteerd).

Vervolgens heeft Rabobank de geldleningen opgezegd, waarbij het navolgende is aangegeven:

"De bank is zeer geruime tijd (ruim een jaar) met u in gesprek geweest over het aanpassen van de financieringsvoorwaarden; de bank heeft daarbij heel veel geduld getoond. Ik verwijs u naar de vele correspondentie die tussen u en de bank is gevoerd. Een paar aspecten licht ik uit die correspondentie. Er is onder andere gesproken over de aanzienlijke waardedaling van het pand aan [adres 1], het feit dat dat pand metterwoon is verlaten (het staat immers leeg en wordt ter verhuur aangeboden voor welke verhuur zoals u bekend is de bank schriftelijke toestemming dient te verlenen) en het feit dat er zonder toestemming van de bank is verhuurd. Op basis van onder andere die feiten is de bank gerechtigd om onder andere aanvullende zekerheden te vragen en aflossingen te vragen. Ook daarover is met u gesproken. Naar de stellige overtuiging van de bank zijn er vervolgens in het bijzijn van de wederzijdse advocaten goede afspraken gemaakt tijdens een bespreking welke op 21 november jl. heeft plaatsgevonden. De bank was dan ook verrast door de brief van uw raadsman waarin werd afgeweken van hetgeen tijdens de bedoelde bespreking aan bod was gekomen. Vervolgens zijn wij toch in gesprek gebleven. Op 31 januari 2014 is door u beiden een akte wijziging geldleningsvoorwaarden getekend op basis waarvan u gehouden was EURO 2083,– per maand af te lossen. Voorts heeft de bank overige documentatie opgesteld waarin door u enkele wijzigingen zijn aangebracht. Vervolgens werd de bank weer verrast met e-mails zijdens [X] die afweken van hetgeen was besproken. Bij e-mail d.d. 16 april jl. heeft de bank een laatste poging gedaan om de relatie met u te behouden echter gezien die e-mail zijdens [X] d.d. 23 april jl. rest de bank niets anders dan te concluderen dat de relatie beëindigd moet worden. Het zal u duidelijk zijn dat aan die conclusie meerdere redenen ten grondslag liggen, onder andere het niet nakomen van de verplichtingen doch met name ook het niet meer aanwezig zijn van de noodzakelijke vertrouwensrelatie."

Kort geding opzegging

Geconfronteerd met deze opzegging, heeft de klant een kort geding aanhangig gemaakt. Dat kort geding is in eerste aanleg door de klant verloren. Zij zijn daarop in hoger beroep gekomen en hebben een “spoed kort geding” opgestart. Als kort geding advocaat heb ik veel ervaring met het opstarten daarvan.

Het Gerechtshof begint met te stellen dat de algemene voorwaarden weliswaar bepalen dat Rabobank mag opzeggen, maar dat Rabobank niet zonder meer mag opzeggen, omdat er sprake is van een duurovereenkomst. Zo overweegt het Gerechtshof:

“Het ligt daarbij in dit kort geding op de weg van Rabobank om in voldoende mate aannemelijk te maken dat één of meer van deze opzeggingsgronden zich hebben voorgedaan. Indien zij daarin slaagt, ligt het op de weg van (Appellanten) om in voldoende mate aannemelijk te maken dat mede in het licht van de op Rabobank rustende zorgplicht (zoals die ook contractueel is verantwoord in artikel 2 van de algemene bankvoorwaarden) de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht (artikel 6:248 lid 2 BW).”

Vervolgens gaat het Gerechtshof eerst in op de eis van Rabobank om aanvullende zekerheden te stellen. Het Gerechtshof stelt dat het onderpand (het vastgoed) minder waard is geworden en aldus er sprake is van een risico voor Rabobank. Rabobank mocht daarom aanvulling van zekerheden verlangen, zoals dat ook in de algemene voorwaarden van Rabobank staat. Ten aanzien van de afspraak die zij hebben gemaakt, overweegt het Gerechtshof dat partijen het na zeer langdurige onderhandelingen niet eens zijn geworden. Dat maakt dat Rabobank terecht overwoog en mocht overwegen dat de klant niet bereid was om hun verplichtingen na te komen – aldus het Gerechtshof.

Voorts overweegt het Gerechtshof nog dat Rabobank aan de op haar rustende contractuele zorgplicht heeft voldaan. De zorgplicht van een bank vloeit niet alleen voort uit rechtspraak, maar is ook opgenomen in de algemene voorwaarden (artikel 2) van de bank/banken.

Hierbij heeft het Hof acht geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder – en deze omstandigheden komen vaker voor in rechtspraak -:

 de aard van het krediet (bedrijfsmatig) en de (korte) periode dat er gebruik van is gemaakt;

 het verloop van de kredietrelatie ([appellanten] zijn hun betalingsverplichtingen uit hoofde van de oorspronkelijke kredietovereenkomsten altijd nagekomen);

 de aard en ernst van de opzeggingsgronden (gebleken is dat die serieus zijn van omvang en betekenis),

 de wijze van besluitvorming door de bank (er is langdurig in overleg met [appellanten] getracht tot minder vergaande oplossingen te komen, rekening houdende met de belangen van [appellanten]);

 de handelwijze van [appellanten] (zij zijn teruggekomen op door hen geplaatste handtekeningen onder nadere overeenkomsten van de bank waardoor de vertrouwensrelatie averij heeft opgelopen),

 de duur van de opzegtermijn (drie maanden, terwijl voorts [appellanten] al vanaf maart 2013 hebben geweten dat indien niet tot andere oplossingen zou worden gekomen, beëindiging van het krediet zou volgen; dit is ook concreet door Rabobank aangegeven in haar e-mail van 26 augustus 2013, prod. 19 bij inleidende dagvaarding)

 de gevolgen van de opzegging aan de zijde van [appellanten] (gesteld noch gebleken is dat de voortzetting van een onderneming van [appellanten] met bijbehorende werkgelegenheid in een van de panden in het geding is; een aantal banken heeft herfinanciering geweigerd, doch er ligt nog een aanvraag bij ABN AMRO).

Opzegging bank en zorgplicht

Indien u als ondernemer geconfronteerd wordt met een opzegging van uw krediet, of een bank dreigt daarmee/zegt dat aan, dan is het verstandig u te laten bijstaan, c.q. te laten adviseren door een in financieel recht gespecialiseerde advocaat. Jasper Hagers kan u als advocaat bijstaan bij opzegging door een bank.

 

Categorieën

Juridisch actueel

Movie

Contact form