Blogs van advocaten
in Amsterdam

Hoger beroep bestuurlijke boete minister SZW

Boete arbeidsinspectie vernietigd door rechter in hoger beroep 

Een bestuurlijke boete van € 352.000 was de inzet van deze procedure in hoger beroep tegen de bestuurlijke boete bij de Raad van State. De minister heeft de boete opgelegd, nadat de Inspectie SZW had geconstateerd dat 44 vreemdelingen werkten op de werf. Het boeterapport en het onderzoek van de arbeidsinspectie is niet zorgvuldig. Het scheepsbouwbedrijf betwist de bestuurlijke WAV boete met haar advocaat en gaat in hoger beroep.

Verweer werkgever tegen bestuurlijke boete Wet Arbeid Vreemdelingen 

Bezwaar tgen de WAV-boete van het bedrijf is dat het niet de werkgever van de Roemenen is. De buitenlandse werknemers  zouden in dienst zijn van een buitenlands bedrijf dat in het kader van "grensoverschrijdende dienstverlening" de Roemenen tijdelijk in Nederland liet werken. In zo'n situatie zijn geen werkvergunningen nodig, aldus het scheepsbouwbedrijf. Het bedrijf betwist de juistheid van de verklaringen die een deel van de Roemeense vreemdelingen aan de Inspectie SZW heeft afgelegd. Verder zijn er 33 vreemdelingen niet persoonlijk 'gehoord', zodat voor hen niet kan worden vastgesteld dat een overtreding is begaan, aldus het bedrijf. De rechtbank Rotterdam oordeelde in april 2016 dat het scheepsbouwbedrijf werkvergunningen had moeten aanvragen voor de Roemenen. Wel verlaagde de rechtbank de werkgeversboete tot € 349.500, omdat de procedure te lang heeft geduurd. Het scheepsbouwbedrijf is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is daartegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Lees ook: bestuurlijke boete in beroep vernietigd.

Geen werkvergunning nodig bij niet ‘ter beschikking stellen werknemer’ 

De Wet arbeid vreemdelingen is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening tijdelijk in Nederland arbeid verricht in dienst van een werkgever die buiten Nederland is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, mits

a. de vreemdeling gerechtigd is als werknemer van deze werkgever de arbeid te verrichten in het land alwaar de werkgever gevestigd is,
b. de werkgever de arbeid in Nederland voor de aanvang daarvan schriftelijk aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft gemeld, onder overlegging van een verklaring en bewijsstukken als bedoeld in het tweede lid, en
c. er geen sprake is van dienstverlening die bestaat uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

Werk buitenlandse werknemers zonder werkvergunning 

Volgens het Europese Hof van Justitie) in het arrest van 10 februari 2011, C-307/09 t/m C-309/09, Vicoplus SC PUH; ECLI:EU:C:2011:64 (het arrest Vicoplus), is de terbeschikkingstelling van werknemers in de zin van artikel 1, derde lid, aanhef en onder c, van de richtlijn, een dienstverrichting tegen vergoeding waarbij:
(1) de ter beschikking gestelde werknemer in dienst blijft van de dienstverlenende onderneming en er geen arbeidsovereenkomst tot stand komt met de inlenende onderneming, en
(2)wordt deze terbeschikkingstelling erdoor gekenmerkt dat de verplaatsing van de werknemer naar de lidstaat van ontvangst het doel op zich van de dienstverrichting door de dienstverlenende onderneming vormt en
(3) deze werknemer zijn taken onder toezicht en leiding van de inlenende onderneming vervult.
Aan deze vereiste is niet voldaan volgens de Raad van State en derhalve was geen werkvergunning nodig voor de buitenlandse werknemers. Het buitenlandse bedrijf hield ook toezicht en leiding.
Lees ook: boete en stillegging werk als sanctie Inspectie SZW

Vergoeding schade wegens te lange procedure bestuursrecht 

In hoger beroep staat vast het oordeel van de rechtbank dat de redelijke termijn is overschreden en dat die overschrijding niet gerechtvaardigd is, zodat de boete met € 2.500,00 moet worden verminderd. Uit hetgeen in 3.13 is overwogen, volgt dat de boete onterecht is opgelegd, zodat vermindering daarvan wegens overschrijding van de redelijke termijn niet mogelijk is. De werkgever komt in aanmerking voor vergoeding van de door haar geleden immateriële schade. Daarbij wordt volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak over immateriele schade bestuursrecht van 14 september 2016) uitgegaan van een tarief van € 500,00 schadevergoeding per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Stel vrijblijvend je vraag over bestuurlijke boete aan advocaat bestuursrecht Mark van Weeren.

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form